HOOFDSTUK 6 Juridische vormgeving

 

 

1 Planvorm

 

Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten gebouwen. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

Het bestemmingsplan Goese Meer kan gekarakteriseerd worden als een zogenaamd 'beheersplan'. In een dergelijk plan ligt het accent van de juridische regeling vooral op het bieden van rechtsbescherming ten aanzien van het bestaand gebruik van gronden en opstallen. Er is sprake van een gedetailleerd plan, waarin de bestaande situatie grotendeels behouden blijft en waar rekening is gehouden met de nodige flexibiliteit door binnen een aantal bestemmingen meerdere functies toe te staan. Een en ander heeft geresulteerd in een planopzet met een beperkt aantal bestemmingen, een eenvoudig kaartbeeld en een uniforme opzet van de bouwbepalingen. Alle bestaande functies (wonen, werken, verkeer, recreëren, etc.) worden gerespecteerd; ingrijpende functieveranderingen zijn niet voorzien. Het plan biedt wel de mogelijkheid om op een flexibele wijze op mogelijke functieveranderingen en veranderende woonbehoeften in te spelen. In het plan zijn hiertoe verschillende wijzigingsbevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen.

 

De regels zijn opgebouwd uit de inleidende regels (Hoofdstuk 1) de bestemmingsregels (Hoofdstuk 2), de algemene regels (Hoofdstuk 3) en de overgangs- en slotbepalingen (Hoofdstuk 4). De verbeelding van het bestemmingsplan Het Goese Meer bestaat uit 1 kaartblad.

 

2 Toelichting op de bestemmingen

 

 

2.1 Inleidende regels

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel worden begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende woorden toegekende betekenis.

 

Artikel 2 Wijze van meten

In dit artikel wordt aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

 

 
 

2.2 Bestemmingsregels

 

Artikel 3 Groen

De stroken rondom het plangebied hebben de bestemming “Groen”. Binnen deze bestemming zijn niet voor bewoning bestemde gebouwen (bijvoorbeeld transformatorhuisjes) en bouwwerken geen gebouwen zijnde (bijvoorbeeld speelvoorzieningen) en masten toegestaan. De bouwbepalingen zijn met name gericht op de maximaal toegestane hoogtematen. De oppervlakte van gebouwen mag maximaal 15 m² bedragen. Tevens mogen binnen deze bestemming groenvoorzieningen, waterpartijen, parkeervoorzieningen, wandel- en fietspaden worden gerealiseerd. Daar waar op de verbeelding de functieaanduiding “ontsluiting” (o) is aangegeven, is een auto- ontsluiting mogelijk.
 

Artikel 4 Recreatie

Het oostelijke deel van het plangebied waar de Goese Golf is gelegen, heeft de bestemming “Recreatie”. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor recreatieve doeleinden met de golfsport als hoofdfunctie. Ook dienstbare parkeer- speel en -groenvoorzieningen met inbegrip van de in het kader van de bestemming noodzakelijke gebouwen waaronder de societeits- daghoreca hotelvoorziening, bouwwerken geen gebouwen zijnde en niet voor bewoning bestemde gebouwen zijn op deze gronden toegestaan. Aan deze gebouwen zijn bouwregels verbonden.
 

Artikel 5 Tuin

Daar waar de bestemming “Tuin” is opgenomen geldt dat deze gronden bestemd zijn voor voortuinen en zijtuinen, geen erven zijnde, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. In de bestemmingsregels zijn de bouwregels aangaande deze bestemming opgenomen.

 

Artikel 6 Verkeer

De wegen en (fiets)-paden binnen het plangebied hebben de bestemming "Verkeer". Deze gronden zijn bestemd voor verkeersvoorzieningen zoals wegen, parkeerstroken, rijwiel- en voetpaden, alsmede voor de daarbij behorende bermen, groenstroken, waterpartijen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en niet voor bewoning bestemde gebouwen. Voor deze gebouwen zijn in de bouwregels bepalingen opgenomen over de hoogten.

 

Artikel 7 Water

Het plangebied bestaat voor een groot deel uit water. Deze gronden hebben de bestemming “Water” waarbinnen waterpartijen, watervlakten, watergangen en singels met inbegrip van de bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde en niet voor bewoning bestemde gebouwen mogelijk zijn. Daar waar op de verbeelding de functieaanduiding “aanlegsteiger” (as) is aangegeven, zijn de in deze bestemming begrepen gronden mede bestemd voor aanlegsteigers.

 

Artikel 8 Wonen

De voor “Wonen” bestemde gronden zijn bestemd voor vrijstaand woningen met de daarbijbehorende aan- of uitbouwen, bijgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde alsmede erven en ondergrondse parkeervoorzieningen. Daar waar op de verbeelding de functieaanduiding “aanlegsteiger” (as) is aangegeven, zijn de in deze bestemming begrepen gronden mede bestemd voor aanlegsteigers. In de bestemmingsregels zijn de bouwregels aangaande deze bestemming opgenomen.

 

Artikel 9 Waarde- Natuur en landschap

De op de verbeelding voor “Waarde – Natuur en landschap” aangewezen gronden zijn mede bestemd voor: het behoud en de bescherming van de ter plaatse aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden.

 

 

 

 

 

 

Artikel 10 Waterstaat- Waterstaatkundige functie

Daar waar op de verbeelding gronden zijn aangewezen voor “Waterhuishouding” zijn de gronden bestemd voor waterkering, waterbeheersing, kaden, dijksloten, sloten, watergangen en singels, opslag en onderhoud ten behoeve van vaar- en waterwegen, wegen, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen, alsmede voor havens en sluizen ten dienste van de scheepvaart, de waterstaat, de landbouw. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

 

2.3 Algemene regels

 

Artikel 11 Antidubbeltelbepaling

Het doel van deze bepaling is om te voorkomen dat, wanneer volgens het bestemmingsplan

bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van het bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waarvan een soortgelijke eis wordt gesteld.

 

Artikel 12 Algemene gebruiksregels

In dit artikel zijn (verbods)bepalingen opgenomen over het gebruik van in dit plan begrepen gronden.

 

Artikel 13 Algemene ontheffingsregels

In artikel 14 zijn een aantal algemene ontheffingsbepalingen opgenomen. Deze ontheffingen betreffen het overschrijden van bebouwingsgrenzen, geringe afwijkingen van het bestemmingsplan en een ontheffing voor het oprichten van antennes en masten.

 

Artikel 14 Algemene wijzigingsregels

In artikel 15 zijn algemene wijzigingsbevoegdheden van burgemeester en wethouders opgenomen om nutsgebouwtjes te kunnen bouwen, voor het overschrijden van bebouwingsgrenzen en om geringe afwijkingen te kunnen laten plaatsvinden.

 

Artikel 15 Algemene procedureregels

Dit artikel bevat de procedureregels welke gelden bij de voorbereiding van een besluit tot

ontheffing.

 

Artikel 16 Overgangsrecht

Dit artikel betreft de overgangsbepalingen met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot.

 

Artikel 17 Slotregel

De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan

“Goese Meer”.