HOOFDSTUK 4 Visie op het plangebied

 

Uitgangspunt van voorliggende bestemmingsplan is de bestaande ruimtelijke kwaliteit te behouden en waar mogelijk ruimtelijk minder sterke situaties te verbeteren. In dit hoofdstuk wordt in de vorm van gebiedsgerichte en functionele streefbeelden, een visie op het plangebied gegeven. Voorafgaand hieraan wordt het gebied ingedeeld in deelgebieden op basis van de inventarisatie en analyse.

 

 

1 Deelgebieden

 

Het plangebied Goese Meer bestaat uit enerzijds het woongebied rondom het water en anderzijds uit de golfbaan aan de oostzijde.

 

2 Streefbeelden deelgebieden

 

In deze paragraaf wordt het streefbeeld per deelgebied voor het plangebied beschreven.

 

2.1 Streefbeeld Woongebied

 

Voor het woongebied wordt ingezet op het behoud van de bestaande woonkwaliteit en bebouwingsopzet. Dit betekent dat vastgehouden wordt aan het ruimtelijke beeld van vrijstaande woningen grenzend aan het water en/of groen zonder doorgaand verkeer. Er kunnen geen nieuwe woningen gebouwd worden. Het bestemmingsplan maakt alleen verbouwingen en uit- en aanbouwen bij de bestaande woningen mogelijk.

 

2.2 Streefbeeld golfbaan

 

Ook voor de golfbaan wordt uitgegaan van het behoud van de huidige opzet en kwaliteiten. Het grootste deel van de golfbaan is en blijft onbebouwd. De bebouwing en de parkeervoorzieningen moeten geconcentreerd blijven in een zone langs de Krukweg. Deze zone is aangegeven op de verbeelding en biedt voldoende mogelijkheden voor veranderingen en uitbreidingen van de voorzieningen van de golfbaan. Voor het realiseren van een hotelvoorziening op de golfbaan is conform het 'Omgevingsplan Zeeland 2006-2012' van provincie Zeeland een maximale bouwhoogte van 25 meter opgenomen. In het betreffende omgevingsplan is namelijk opgenomen dat landmarks in stedelijk gebied, vanwege het behoud en versterken van de beeldkwaliteit, een maximale hoogte van 25 meter mag bedragen.

 

3 Streefbeelden functies

 

 

3.1 Beroepsmatige en of bedrijfsmatige activiteiten aan huis

 

In combinatie met de woonfunctie komen regelmatig ondergeschikte andere activiteiten voor. Gedacht kan onder meer worden aan traditionele vrije beroepen (arts, notaris, advocaat, logopedist, fysiotherapeut), andere vrije beroepen (adviesbureaus, kunstenaars, ontwerpers, privéonderwijs) en andere bedrijfsmatige activiteiten (pedicures, computerservice, kinderopvang). Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen zal dit gebruik in de toekomst alleen maar toenemen.

 

In beginsel zijn er geen bezwaren tegen het toestaan van dergelijke activiteiten. Met betrekking tot de toelaatbaarheid zal worden gelet op de hinder die het gebruik oplevert voor het woonmilieu en de afbreuk die het gebruik doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Activiteiten die een onevenredige hinder voor het woonmilieu en onevenredige afbreuk van het woonkarakter van de wijk of buurt veroorzaken zijn niet toegestaan. Bij de beoordeling hiervan is onder meer van belang of de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit, de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft en er geen onevenredige nadelige invloed op de verkeersafwikkeling en parkeerbalans ontstaat. Ook wordt er een maximale oppervlaktemaat voor deze activiteiten aangehouden.

 

3.2 Streefbeeld Wonen

 

De huidige opzet van vrijstaande woningen op ruime kavels dient behouden te blijven. In dit bestemmingsplan is een minimum kaveloppervlakte van 600 m2 opgenomen. De bouwhoogte mag maximaal 9 meter bedragen en de woningen moeten minimaal 8 meter breed zijn. Om het vrijstaande karakter te waarborgen dient de afstand tussen het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 5 meter te bedragen. Ook de afstand tot aan het openbaar gebied aan de voorzijde dient minimaal 5 meter te zijn. Aan- en uitbouwen mogen tot op 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens gebouwd worden. Het oppervlakte aan bijgebouwen en carports mag maximaal 60 m2 bedragen.

 

Langs het water en/of de groenzones aan de achterzijde moet voor het grootste deel van het plangebied een zone van 5-10 m onbebouwd blijven. Op enkele plaatsen is deze zone slechts 3 of 5 meter diep.

 

In 2007 zijn de beleidsregels aanlegsteigers Het Goese Meer (30 augustus 2007) opgesteld, waarin de mogelijkheden voor aanlegsteigers en dergelijke aan de achterzijden van de woningen is geregeld. Dit beleid is in dit bestemmingsplan overgenomen.

 

3.3 Streefbeeld Verkeer

 

Voor het verkeer wordt uitgegaan van het behoud van de bestaande verkeersstructuur.