HOOFDSTUK 3 Inventarisatie en Analyse

 

Voor het formuleren van beleid en het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de huidige situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op de historie van het plangebied, de functionele en ruimtelijke opbouw van het plangebied en de huidige kwaliteiten, aandachtspunten en ontwikkelingen.

 

1 Historie

 

 

Het plangebied (rondom) het Goese Meer kent een rijke historie. Zo ontstond de nederzetting Goes aan een zijarm van de Schenge, die Korte Gos heette. De plaatsnaam Goes is afgeleid van deze kreeknaam. Eeuwenlang drong de Oosterschelde met vloed de Goese haven binnen. De West- en de Oosthavendijk lagen langs de haven. De Oosthavendijk werd aangelegd bij de uitmonding van de haven zeedijk, en liep door in de richting van Kattendijke. Deze dijk werd later de Kattendijksedijk genoemd. Voorlangs de Kattendijksedijk liep een brede vaargeul, die Goese Diep heette. Ten noorden hiervan ontstonden diverse zandbanken. De bank tegenover de Goese haven werd Mosselbank genoemd. Andere banken in de buurt heetten Goenje en Hongersdijck, welke laatste naam naar een verdronken dorp verwijst. Het Goese Diep fungeerde als een soort rede van Goes, waar de Bretonse zoutschepen en andere zeevaarders een ligplaats vonden.

 

[image] [image]

Afbeelding: Haven van Goes, met rechts het galgenschor aan de Kattendijksedijk. Detail van een stadsplattegrond door Jacob van Deventer, ca. 1560.

De stad Goes met de haven, de rede, de zandbanken, de Kattendijksedijk en het Goese Diep. Detail van een kaart door Lieven Ruyte, 1568. Nationaal Archief.

 

 

 

 

 

 

De zouthandel verdween met de oorlogshandelingen in 1572 rond Goes. Vanaf de late zestiende eeuw begon een proces van aanslibbing. Ten noorden van de Kattendijksedijk groeide het schorgebied steeds verder aan, zodat het Goese Diep aan betekenis als vaarwater inboette. Door diverse oorzaken behoorde de zeevaart in het vervolg in Goes tot het verleden. Het waren vrijwel uitsluitend nog binnenvaartschepen die de stad aandeden. Om vanuit de stad naar het oosten te varen moest men door het Hondegat navigeren, en niet langer door het Goese Diep.

 

De aangroei van het schorrengebied zette in de achttiende eeuw onverminderd door. Dicht bij de Oosterschelde kon rond 1730 een eilandje worden ingepolderd, dat Oost-Bevelandpolder werd genoemd. Om bereikbaar voor schepen te blijven liet Goes diverse malen rijsbermen in dit schorrengebied aanleggen. Men hoopte hiermee de vaargeulen naar de stad op diepte te houden. Het Goese Diep telde in deze tijd als vaarwater niet meer mee. Het schorrengebied raakte steeds meer in gebruik voor schapenbeweiding. Schaapherders wierpen hier en daar hollestelles op, bergjes met bovenop een uitdieping waar drinkwater in bleef staan.

 

Rijke Rotterdamse investeerders lieten in 1809 het immense schorrengebied ten noorden van Goes inpolderen. Deze polder heette aanvankelijk Lodewijkspolder, en vanaf 1815 de Wilhelminapolder. Om de bereikbaarheid van de stad Goes per schip veilig te stellen groef men een kanaal vanaf de vroegere havenmonding naar de Oosterschelde, waar een sluis kwam te liggen. Het voormalige eiland Oost-Beveland kwam geheel binnen de nieuwe polder te liggen. Bij de invoering van het kadaster in 1832 hanteerde men historische namen om de diverse secties aan te duiden. De kadastrale sectie C kreeg de aanduiding Mosselbank. Enkele wegen werden hier aangelegd. Vanaf de Kattendijksedijk loopt de Krukweg in noordwestelijke richting naar het Goese kanaal. Een parallel aan de Krukweg lopende weg meer naar het oosten krijgt de naam Havenweg, tegenwoordig de Kooiweg. De verbindingsweg tussen de hoek in de Krukweg en de Havenweg vormt de Kattendijkseweg, die in noordoostelijke richting naar de zeedijk van de Wilhelminapolder loopt. In de hoek van de Krukweg en de Kattendijkseweg lieten de aandeelhouders in de polder de boerderij Mosselbank bouwen. Deze valt net buiten het plangebied. Alleen in de zuidwestelijke hoek van de Wilhelminapolder lag nog een wat breder restant van het Goese Diep. Dit valt ook buiten het plangebied. De straatnamen uit het Goese Meer zijn voortgekomen uit dit laatste twee genoemde.

 

2 Landschap

 

 

Het landschap van het Goese Meer is als volgt opgebouwd. Aan de noordoostzijde van de Krukweg ligt open polderlandschap. Het Goese Meer en ook de naastgelegen golfbaan waren voorheen een deel van dit open polderlandschap. De woonwijk is ruimtelijk gezien een wijk die naar binnen is gericht en eigenlijk als een vrij geïsoleerd gebied in de omgeving ligt. De wijk vormt geen aansluiting met de aangrenzende omgeving. De begrenzing aan de zuidzijde van de woonwijk wordt gevormd door een bredere groene zone die aansluit op de Kattendijksedijk. Deze strook bestaat uit water en struweel en wordt ecologisch onderhouden. De Kattendijksedijk is onderdeel van de provinciale Ecologische Hoofdstructuur en heeft hierdoor een beschermde status.

 

 

3 Functionele opbouw van het gebied

 

De woonwijk Goese Meer is ingericht met uitsluitend vrijstaande woningen rondom water en groen. Tevens is er in het plangebied een golfbaan gelegen. De functies in het plangebied bestaan uit Wonen en Recreatie.

 

4 Ruimtelijke opbouw van het gebied

 

 

4.1 Ruimtelijke hoofdstructuur

 

Het Goese Meer is gelegen in het noorden van de kern Goes. Zoals eerder gesteld wordt het gebied in het noorden begrensd door de Krukweg en de Kattendijkseweg. De oostgrens wordt gevormd door de achterzijde van de bebouwing aan de Golfzichtlaan en de Krukweg. De Goesemeerlaan en de Houtkade vormen de begrenzing in het zuiden en de Westhavendijk vormt de westelijke begrenzing.

 

Begin jaren ‘90 is het Goese Meer op particulier initiatief ontwikkeld als een exclusief woongebied rondom een kunstmatig meer en een golfbaan. Vanaf 1993 werden de eerste woningen bewoond en tegen het einde van de jaren ’90 was de bouw van het project afgerond.

 

Het Goese Meer is een ruim opgezet villapark dat is omgeven door waterpartijen. De woningen staan op landtongen in het water. De woonstraten in het gebied eindigen allen doodlopend of in een zogenoemd cul-de-sac. Vrijwel iedere kavel in deze wijk grenst met één zijde aan het water. Hierdoor kan met de boot aan de achtertuin worden aangelegd. Doordat het meer in open verbinding staat met het kanaal kunnen de open wateren vrij snel bereikt worden. Het oostelijke deel bestaat uit woningen op lobben die grenzen aan de golfbaan.

 

4.2 Bebouwingsstructuur

 

De bebouwing in het Goese meer bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande villa’s waarvan de meeste zijn opgebouwd uit één bouwlaag met hoge kap of twee bouwlagen met plat dak. De bouwhoogte bedraagt in beginsel maximaal 8 meter. De woningen zijn onderling sterk uiteenlopend architectonisch vormgegeven. Hierbij is veelal sprake van een uit meerdere delen samengestelde hoofdmassa, waardoor de relatief grote panden toch een enigszins kleinschalig karakter krijgen. De kapvormen zijn eveneens gevarieerd. Er is voornamelijk gebruik gemaakt van bakstenen gevels in een lichte kleur. De houten geveldelen hebben eveneens een lichte kleur. De dakvlakken zijn daarentegen meestal uitgevoerd in antracietkleurige of donkerrode dakpannen.

 

Het minimum kaveloppervlakte in het Goese Meer bedraagt 600 m2, maar er komen veelvuldig veel grotere kavels voor. Het ruimtelijk beeld is open doordat de woningen op minimaal 5 meter van zowel de voorste perceelsgrens als de zijdelingse perceelgrenzen moeten staan. De woningen zijn minimaal 8 meter breed. Aan de achterzijde is een strook langs het water van 5 tot 10 meter onbebouwd.

 

Op de golfbaan staat een clubgebouw dat een grotere maat en schaal heeft dan de woonbebouwing. Door de architectuur, de daken en de inpassing in het landschap neemt het gebouw echter een bescheiden plaats in. In aansluiting op een aantal woningen aan de zuidkant van het parkeerterrein staat op het golfterrein een gebouw voor opslag en dergelijke.

 

4.3 Verkeersstructuur

 

De hoofdontsluiting van het woongebied het Goese Meer loopt via de Houtkade en de Goese Meerlaan. Vanaf deze hoofdroute is er op diverse plaatsen een visuele relatie met het meer. Richting het noorden vormt de Krukweg een verbinding naar Wilhelminadorp. Vanaf de hoofdontsluiting ontsluiten doodlopende woonstraten de woningen. De zuidelijke en oostelijk woonlobben sluiten aan op de Goese Meerlaan. De noordwestelijke woonlobben zijn vanaf de Krukweg te bereiken.

 

De Kattendijksedijk is een recreatieve fietsroute aan de zuidzijde van het plangebied die op een tweetal plaatsen met de Houtkade en de Goese Meerlaan is verbonden.

Het parkeren vindt volledig plaats op eigen terrein. Er zijn geen openbare parkeerplaatsen in het gebied aanwezig. Incidenteel is de mogelijkheid om op de rijbaan te parkeren. Voor het parkeren voor de golfbaan is gelegenheid geboden op het eigen parkeerterrein van de golfbaan aan de Krukweg.

 

4.4 Water- en groenstructuur

 

Het woongebied Goese Meer ligt in een voormalige polder. Het gebied wordt daarom omsloten door dijken. Aan de zuidzijde bevind zich de Kattendijksedijk en aan de noordzijde is de dijk langs de Krukweg en Kattendijkseweg gelegen.

Centraal in het woongebied ligt het meer. Dit meer heeft aan de westzijde een verbinding met het kanaal. Vanuit het meer loopt het water tussen de afzonderlijke woonlobben, zodat nagenoeg alle woningen direct aan het water grenzen. Aan de westzijde wordt de wijk begrensd door het Havenkanaal, de waterverbinding van Goes naar het Goese Sas (de Oosterschelde). Aan de zuidzijde van het Goese Meer ligt een groenzone met waterpartijen langs de historische Kattendijksedijk. Deze groenzone vormt een overgang tussen het Goese Meer en de wijken Noordhoek en Mannee.

 

Aan de zuidwestzijde ligt openbaar groengebied dat een visuele afscheiding tussen het Goese Meer en het voormalige industrieterrein en in de in aanbouw zijnde de woonwijk Goese Schans vormt. Er diende bij de bouw van het Goese Meer een gebied van 125 meter vrij gehouden te worden vanwege de geluidsuitstraling van de fabriekshal van de inmiddels gesloopte Apparaten- en Ketelfabriek (AKF). Om tegemoet te komen aan bezwaren van de AKF is in der tijd besloten om een groenwal tussen het bedrijf en het woongebied aan te leggen, die het geluidsniveau zou nivelleren. Tevens zou de wal een extra gunstig visueel effect hebben. De groenwal is omstreeks 1994 aangeplant met bomen. In het kader van de ontwikkeling van de woonwijk Goese Schans is de fabriek afgebroken. Het groengebied zal in de toekomst een functie krijgen als groene buffer tussen de beide woonwijken. De inrichting en de beplanting is hierop aangepast.

 

Een groot deel van het plangebied van het bestemmingsplan Goese Meer wordt ingenomen door de golfbaan. Deze heeft een groene inrichting met veel waterpartijen en bosschages. De groenstructuur in de wijk wordt gevormd door de Goese Meerlaan, de ontsluitingsweg door de wijk heen. Deze heeft een zeer waardevolle groenstructuur die vormt gevormd door brede grasbermen en laanbomen.

Naast de Goese Meerlaan is de Krukweg is de ontsluitingsweg van de wijk aan de noord-oost zijde, ook hier vormt de boombeplanting langs de weg een waardevolle groenstructuur.

 

5 Kwaliteiten en potentiele ontwikkelingslocaties

 

Het plangebied biedt een bijzondere woonkwaliteit met vrijstaande woningen aan het water zonder doorgaand verkeer. Daarnaast vervult de golfbaan een belangrijke functie voor de wijk en Goes als geheel. In het plangebied zijn geen potentiële ontwikkelingslocaties of structurele knelpunten aanwezig. Het bestemmingsplan Goese Meer betreft uitsluitend een conserverend bestemmingsplan waarin de bestaande situatie wordt vastgelegd.